Mindful zijn is met open hart en geest de onvermijdelijke
veranderlijkheid van ons leven tegemoet treden
 

Trainen van Je Geest met Compassie

(dit is het vervolg op het artikel Zelfreflectie in de Praktijk uit hoofdstuk 5 van mijn boek De Kracht van Aandacht - Kleine Gids voor het Trainen van Je Geest]

4 Trainen van de Geest

In dit model (zie Zelfreflectie in de Praktijk) is het trainen van de geest waar gewaarzijn, reflectie en meditatie samenkomen. Het trainen van de geest onderscheidt zich hier van de andere niveaus van reflectie doordat het een gerichte inhoudelijke training van de geest is. Het doel is hetzelfde ― het bevrijden van onze geest uit haar automatische en impulsieve reactiviteit ― maar het hoe en wat verschilt met de eerder behandelde technieken.

Er zijn vele technieken voor het trainen van onze geest. Waar ik het meeste ervaring en goede resultaten mee heb is een oude traditie uit het Tibetaans Boeddhisme. Hij staat bekend onder de naam Lojong en mag zich ook in het Westen in een groeiende populariteit verheugen. Dit komt mede door de praktische toepasbaarheid in het dagelijks leven en haar focus op compassie.

De betekenis van Lojong

Het Tibetaanse woord lojong is samengesteld uit lo-jongLo betekent geest, gedachten of houdingen. Jong kan betekenen trainen van een vaardigheid, gewenning aan een specifieke wijze van zijn en denken, cultiveren van mentale kwaliteiten of het zuiveren van de geest. Het trainen van de geest, of mindtraining zoals het in het Westen bekend is geworden, refereert aan methoden voor het ontwikkelen van de onzelfzuchtige ontwakende geest. We kunnen zeggen dat we met lojong onze geest bevrijden uit zijn narcistische gevangenis van preoccupatie met zichzelf, en de benauwde perceptie waarmee iedereen en alles vanuit dat zelfzuchtige standpunt bekeken wordt. En, dat is meteen onze motivatie voor de toepassing van lojong, dat de wortel van al ons lijden bedoelt te doorsnijden.

Kenmerken van Lojong

  1. Het mindtraining onderricht vraagt ons om onze neiging tot zelfkoestering of narcisme, te veranderen in het koesteren van anderen of altruïsme. Het ziet daarbij de ander(en) als een noodzakelijke voorwaarde voor alle spirituele ontwikkeling.
  2. De training biedt ons een ander begrip van de ander, namelijk die van ware vriend – ook al strookt hun gedrag daar niet mee - in plaats van vijand. De ware vijand zit in onszelf in de vorm van onze narcistische zelfkoestering, waardoor we menen dat wij en onze verlangens het allerbelangrijkste zijn in de wereld.
  3. Het lojong onderricht gaat uit van de noodzaak en ons vermogen om alle tegensla- gen die we tegenkomen om te zetten in het pad.  Anders gezegd, we leren alles te gebruiken als pad naar bevrijding. Dat bevrijdt ons tegelijkertijd van gehechtheid en afkeer en brengt een ruimtegevende gelijkmoedigheid.

Het lojong onderricht verschilt van veel ander onderricht en beoefeningen in de Tibetaans-Boeddhistische traditie, wat veelal sterk gesystematiseerd is, en meer mystiek zoals het Dzogchen onderricht, of dat gebruik maakt van geritualiseerde visualisaties in de yoga tantra meditaties. De meesters zelf loven de lojong benadering om haar een- voud en werkzaamheid. De twee meest bekende en populaire teksten voor mindtrain- ing zijn Langri Thangpa’s Acht Verzen voor het Trainen van de Geest en Geshe Chekawa’s Zeven Punten Training van de Geest.

De Acht Verzen voor het trainen van de geest

Geshe Kelsan Gyatso, de schrijver van Acht Stappen naar Vreugde (2000), zegt: "Hoewel het maar acht verzen van vier regels omvat, onthult deze opmerkelijke tekst de essentie van het Mahayana Boeddhistische pad naar verlichting, en laat ons zien hoe we onze geest kunnen transformeren van zijn huidige verwarde en op zichzelf gerichte staat in de staat van perfecte wijsheid en compassie van een Boeddha. Tot nu toe hebben we, zoals we in onze opvoeding geleerd hebben getracht de wereld, onze uiterlijke omstandigheden te veranderen, maar als we oprecht zijn dan moeten we onder ogen zien dat het wel heel veel tijd en energie gekost heeft, maar heel weinig blijvend resultaat heeft opgeleverd.

De boeddhistische psychologie stelt dat vreugde of geluk een geestestoestand is, dus dan moet de werkelijke bron van vreugde in onze geest liggen en niet in uiterlijke condities. Het Lojong onderricht en de Acht Verzen dienen precies daarvoor – een radicale perspectief verandering waarmee we onze geest die zichzelf als het allerbelangrijkste ziet, temmen naar een geest die anderen als belangrijker ziet, of als dat niet lukt tenminste als echte gelijken. 

Ter illustratie bekijken we het Derde Vers van De Acht Verzen voor het Trainen van de Geest op haar inhoud, betekenis en toepassing [de tekst van alle Acht Verzen voor het trainen van de Geest staat hieronder].

Vers 3
Gedurende al mijn handelingen zal ik mijn geest peilen -
En zodra een aandoening opkomt—
Omdat het zowel mijzelf als anderen in gevaar brengt—
Zal ik mijzelf trainen om het direct te confronteren en af te wenden.


Gedurende al mijn handelingen zal ik mijn geest peilen — 

De eerste regel refereert aan wat we momenteel mindfulness of gerichte aandacht noemen. Je geest peilen is alert observeren wat zich daar aandient aan gedachten, beelden en impulsen. We trainen onszelf in het observeren en direct onderzoeken van de inhoud onze geest en kijken hoe en wanneer uitingen van gehechtheid, afkeer en geconditioneerdheid opkomen. 

En zodra een aandoening opkomt — 

Als we die zien opkomen in onze geest is het zaak dat we onmiddellijk ingrijpen. Een goede metafoor is de zon ― als ze opkomt, is ze heel ver weg, met zwak licht en nauwelijks warmte. Als ze echter recht boven ons staat is ze dichtbij, met verzengend licht en ongenadige warmte. 

Omdat het zowel mijzelf als anderen in gevaar brengt —

Zo is het ook met wat men aandoeningen noemt – als we negatieve gedachten, oordelen, gevoelens en emoties hun gang laten gaan dan zullen zij ons en anderen direct of indi- rect schade toebrengen. Schade door directe uitingen maar ook door bevestiging van on- wenselijke denkbeelden.

Zal ik mijzelf trainen om het direct te confronteren en af te wenden.

Dus neem ik mij voor deze onwenselijke geestelijke inhouden onmiddellijk te confron- teren, te ontzenuwen en onschadelijk te maken. Om dat te kunnen is nodig dat we ons hierin trainen, de aandoeningen adequaat en tijdig kunnen herkennen, en de vaardigheid hebben ze onschadelijk te maken.

Verdieping

Deze laatste regel is eigenlijk een mooie definitie van het trainen van je geest. Alle stappen die we in deze Kleine Gids hebben behandeld dienen juist daarvoor: het herkennen van dat wat opkomt in onze geest, onmiddellijk onderscheid maken tussen heilzame en schadelijke gedachten, voor onszelf en anderen, en de schadelijke direct transformeren. De eerste stap naar het onschadelijk maken en onszelf bevrijden van onze geconditioneerde impulsen is daarmee gezet. De volgende stappen komen als vanzelf wanneer we ons verder bekwamen in de studie en beoefening van meditatie, mindfulness en compassie. Door regelmatige verdieping van onze kennis en beoefening bereiken we uiteindelijk het resultaat: de verwezenlijking of definitieve herkenning van de natuur van onze geest. 

Hieronder vind je alle Acht Verzen. Zonder uitleg is het makkelijk om de traditionele tekst letterlijk te nemen en daardoor de houding die ze voorstaat te missen. Een korte quote van de grondlegger van het compassie ideaal in het Tibetaans-Boeddhisme, Shantideva (685-763), kan helpen je op het juiste spoor te zetten bij het lezen. " Al het lijden in de wereld komt voort uit het zoeken naar plezier voor onszelf. Al het geluk komt voort uit het zoeken van plezier voor anderen."


Acht Verzen voor het Trainen van de Geest

1
Met de wens om het hoogste doel te verwezenlijken,
Welke zelfs een wens-vervullend juweel overtreft,
Zal ik mijzelf trainen om te allen tijde,
Alle bewuste wezens als voornaam te koesteren.

2
Wanneer ik in wisselwerking ben met anderen,
Zal ik mijzelf zien als inferieur aan allen,
En zal ik mijzelf trainen,
Om anderen als superieur te beschouwen vanuit het diepst 
van mijn hart.

3
Tijdens alle activiteiten zal ik mijn geest peilen,
En zodra een aandoening opkomt.
Aangezien ze een gevaar vormt voor mijzelf en anderen.
Zal ik mijzelf trainen in het direct confronteren en afweren ervan. 

4
Wanneer ik wezens met een onaangenaam karakter tegenkom,
En hen die onderdrukt worden door intens negatief karma en lijden,
Alsof ik een schat van uitzonderlijke juwelen vind,
Zal ik mijzelf trainen hen te koesteren, want zij worden zo zelden
aangetroffen.

5
Wanneer anderen mij uit jaloezie,
Onrechtvaardig behandelen met beledigingen en laster;
Zal ik mijzelf trainen om de nederlaag op mij te nemen,
En de overwinning aanbieden aan anderen.

6
Zelfs als iemand die ik geholpen heb,
Of waar ik een hoge verwachtingen van had,
Mij op sterk kwetsende wijzen bejegent,
Zal ik mijzelf trainen hem te zien als een sublieme leraar.

7
Kortom, ik zal mijzelf trainen om voordeel en vreugde te offeren
Aan al mijn moeders, zowel direct als indirect,
En respectvol neem ik op mijzelf
Al de kwetsingen en pijn van mijn moeders.

8
Door zeker te maken dat dit allemaal gezuiverd blijft
Van de smetten van de acht wereldse aangelegenheden,
En door alle dingen als illusies te begrijpen,
Zal ik mijzelf trainen om vrij te zijn van de binding van gehechtheid.                                                    

 

Lees hier het voorafgaande deel van het hoofdstuk Zelfreflectie in de Praktijk.