'Mindful zijn is met open hart en heldere geest de onvermijdelijke
veranderlijkheid van ons leven tegemoet treden'
 

Magisch Denken - Van Onmacht naar Almacht

* Dit is een preview van een gedeelte van Hfdst. 7. Hindernissen en Afleidingen uit Verlicht Je Leven (publicatie eind 2018). Zie bij Verlicht Je Leven (boekpreviews) voor meer


Spiritueel Omzeilen
Spiritueel Omzeilen is een vorm van vermijding  die erg populair is maar tegelijkertijd vaak onopgemerkt blijft. Zodanig zelfs dat we haar niet erg serieus nemen. ‘Spiritual Bypassing’ is de term die John Welwood[1] bedacht voor dit fenomeen. De gebruikelijke omschrijving is – het gebruiken van spirituele beoefeningen en geloven om het omgaan met onze pijnlijke gevoelens, niet geheelde wonden en ontwikkelingsbehoeften te vermijden.

Robert Masters stelt in zijn boek Spiritual Bypassing[2] dat de belangrijke reden hiervoor ons gebrek aan tolerantie voor pijn is. Hij doelt op ons beperkte draagvermogen om onze pijn onder ogen te zien, ze te ontmoeten en er mee te werken. We hebben in onze cultuur een sterke voorkeur - en mogelijkheden -  voor pijn onderdrukkende ‘oplossingen.’ Van ontkenning, onderdrukking tot het gebruik van allerlei handelingen en middelen om onszelf af te leiden van onze pijn. Het gaat hier vooral om de emotionele en geestelijke pijn van verveling (vaak onderschat), teleurstelling, frustratie, afwijzing, mislukking maar ook existentiële zinloosheid, eenzaamheid en uitzichtloosheid.  

Deze ervaringen, die we allemaal kennen, zijn geen populair onderwerp van gesprek, en we weten niet zo goed hoe we daar mee moeten omgaan. Makkelijker dan ze onder ogen zien is onze aandacht af te leiden en het aangaan ervan uit te stellen. Voor het gemak zien we ook maar de bijwerkingen van deze afleidingen over het hoofd. Niet omgaan met problemen in situaties als gezondheid, relaties, werk en financiën zien we terug in het afleidende gebruik van slaap- en antidepressiemiddelen, maar ook van drugs als alcohol, tabak, cocaïne en partydrugs.

Het gebruik noemen we versluierend noodzakelijk (anders trek ik het niet meer), onschuldig (af en toe kan geen kwaad, toch?) of stimulerend (wow, lekker lang genieten). Een ander aspect wat ik in mijn praktijk de laatste jaren meer zie zijn dwanggedachten en -handelingen, een sterke vorm van afleiding om vooral tegenspoed en catastrofe (fysiek, emotioneel of psychisch) trachten te voorkomen c.q. te controleren.

Het resultaat van spiritueel omzeilen is contraproductief omdat:
         1.Je zaken probeert te controleren waar je geen controle over hebt (tegenspoed, ongelukken, ziekte en dood)
        2. Je zodoende constant je angst en onvermogen voedt.

De functie van spiritueel omzeilen is, net als van onze andere afleidingen, het vermijden van pijn. In de Autonome Fase (van 0 -25 jr) leren we niet voldoende om onze pijn te verdragen. Als ouders hebben we de neiging om onze kinderen gerust te stellen over de aard van de werkelijkheid. Net als onze eigen ouders met ons deden. We hadden wel pijn – fysiek, emotioneel en psychisch – en maar al te vaak werden we afgeleid van onze pijnervaring. ‘Kusje erop, het komt wel goed, het is niet erg’ activeren wel een onmiddellijk aangenaam placebo-effect, maar op langere termijn leren we niet adequaat om te gaan met de inherente pijn in ons leven. Met alle goede intenties om (onnodig) lijden te voorkomen worden we gehinderd in het omgaan met een belangrijk bestanddeel van ons leven – lijden, in de diverse vormen van pijn.

Magisch Denken
Een veel voorkomende vorm van Spiritueel Omzeilen is Magisch Denken. Dit fenomeen treedt het eerst op in onze vroege jeugd. We komen er later bij de Autonome- en Psychologische Fase uitgebreid op terug. Maar het is goed er nu al aandacht aan te besteden omdat het een van de meest voorkomende afleidingen is die we kennen. Ondanks deze wijdverbreidheid is het tegelijkertijd een van de meest onbekende en veronachtzaamde vormen van Spiritueel Omzeilen!

De essentie van magisch denken is:
Causaliteit – een oorzakelijk verband – toekennen aan toevalligheden.

We kennen allemaal momenten van toevalligheid – je denkt aan iemand en die belt je juist op dat moment, of je hebt haast en wilt dat het komende stoplicht op groen gaat en dat gebeurt ook, of je slaat een boek open en leest precies wat je nodig hebt om een actueel probleem in een ander licht te zien.

Deze gebeurtenissen vinden onmiskenbaar plaats. Het magisch denken ziet echter een oorzakelijk verband tussen deze twee fenomenen dat er niet is. Het is een veel voorkomende denkfout om correlatie te verwarren met causaliteit.[3] Waarschijnlijk is bijgeloof de meest voorkomende vorm van magisch denken. Wie van ons heeft nog nooit iets gedaan of juist gelaten om de loop der dingen te beïnvloeden? Uiteraard om een gewenste verbetering te bereiken ten opzichte van hoe zaken zich gewoonlijk voordoen, of het voorkomen van een ongewenste uitkomst.

Bijvoorbeeld het cijfer 7, een ‘geluksgetal’ kiezen als laatste in je lotnummer van de loterij. Geloof me, werkt niet, heb het vaak genoeg geprobeerd – de enige keer dat een hele grote loterijprijs dichtbij langskwam was toen de straatprijs viel in mijn straat. Helaas deed ik net niet meer mee na een verhuizing. Magisch denken zou hier zijn dat ik iets gedaan moet hebben om de prijs te verhinderen, of dat ik ze niet ‘verdiende’ of dat ik moest leren omgaan met verlies, et cetera. In iedere variant wordt verondersteld dat iets dat ik deed of juist niet deed, dacht of niet dacht, een oorzakelijke invloed had op het niet delen in deze grote prijs.

In de verwerking van deze, eigenlijk verrassend milde, teleurstelling van jaren geleden zie ik mijzelf nog wel eens magisch denken te hulp roepen. Ik gebruik dan de retorische vraag: “Hoe zou die grote prijs mijn leven hebben beïnvloed?” Ik zou er ook ongelukkiger van hebben kunnen worden, in plaats van het gefantaseerde geluk dat ik projecteerde op winnen.

De enige les van de verloren prijs is dat als je niet meedoet je ook niet kunt winnen. Hoewel ik geloof in de positieve werking van grote geldbedragen, zie ik wel een verschuiving bij mijzelf van het bevredigen van mijn materialistische fantasieën naar wat ik ermee kan doen voor anderen. Dat is winst want het is een uiting van een veranderde attitude in mijzelf – mijn taaie eigenbelang vertoont tekenen van ontmanteling.

Magisch denken is overigens niet alleen beperkend en onrealistisch, het is ook ons vermogen tot fantaseren en nog niet bestaande omstandigheden en gebeurtenissen te visualiseren. Dit vermogen is creatief en praktisch, denk aan visualisaties van creatieve uitingen als verhalen, kunsten, producten (uitvindingen) en andere mogelijkheden. Een groot deel van de evolutie van de mensheid is te danken aan dit specifieke vermogen tot fantaseren en verbanden leggen – visualisaties die mogelijk verwezenlijkt kunnen worden. Een deel daarvan maken de wereld uit waarin wij nu leven.

Het probleem ontstaat op het moment dat we ons niet meer realiseren dat het een virtuele mogelijkheid is en ze letterlijk en causaal gaan nemen. We menen dan dat denken eraan alleen voldoende is om het te manifesteren, tot bestaan te brengen. We dichten ons dan een almacht toe die stamt uit onze kindertijd, waarin onze verwondering en verbeelding (maar ook onze onmacht) op hun hoogtepunt waren (prerationele fase). Als rationele volwassene hebben we echter met een (fysieke) werkelijkheid te maken die ons met een andere realiteit confronteert.

Robert Masters noemt magisch denken “een soort van prerationele kennis.[4]  Hij ziet het als een mix van bijgeloof, perceptie van niet-bestaande verbanden en de samensmelting van verbanden met oorzakelijkheid. Door magisch denken kennen we invloed toe aan onze verlangens (als ik het maar heel graag wil dan komt het ook, denk bijvoorbeeld aan het New Age boek ’The Secret’) en dichten we onszelf een grote manifestatiekracht toe. We denken dat we in staat zijn manifestaties van wenselijke- en onwenselijke situaties direct te beïnvloeden.

Het ontmantelen van ons Magisch Denken vind plaats met eigen maken van onze 'schaduw' in de Psychologische Fase, en het onder ogen zien van de inherente beperkingen van ons menselijk bestaan. Ik weet dat dit laatste in onze ‘positieve, alles-is-mogelijk’ cultuur niet populair is, maar ze is wel noodzakelijk om ons te kunnen bevrijden van dit contraproductieve almachtsdenken.


[1] John Welwood (1943) is een Amerikaanse klinisch psycholoog, psychotherapeut, leraar en auteur, bekend van het integreren van psychologische en spirituele concepten.  (Wikipedia)

 

[2] Spiritual Bypassing – When Spirituality Disconnects Us from What Really Matters, Robert Masters (2010).  Spiritualiteit, nog altijd een beladen begrip, kan hier het best gezien worden als ons inherent verlangen om onszelf, en anderen, te bevrijden van de beklemming van onze identificering met ons ego, en de beperkingen die daaruit voortvloeien. Boeddhisten noemen dit samsara (Sanskriet - in cirkels ronddraaien), Deze bevrijding uit ons ronddraaien loopt door onze existentiële pijn heen, en niet er omheen.  We kunnen de weg wel verkorten, maar daarover later meer.

 

[3] Het is een vorm van cum hoc ergo propter hoc, wat in het Latijn ‘met dit, dus door dit’ betekent - een drogredenering waarbij correlatie verward wordt met causaliteit.

 

[4] Prerationeel is de (rationele) ontwikkelingsfase die voorafgaat aan de Rationele en wordt gevolgd door de Transrationele. In de prerationele fase is ons vermogen om rationeel (met rede) te denken en de wereld op die wijze te beschouwen nog niet ontwikkeld, vandaar de dan ‘kloppende’ waarneming dat er ‘magische’ verbanden van oorzakelijkheid zijn. Als volwassen, rationeel, wezen ontstaan ongewenste bijwerkingen door het vasthouden aan een minder ontwikkeld perspectief. Of we vervallen in de pre/trans vergissing die inhoudt dat we de prerationele fase verwarren met de transrationele (lijken oppervlakkig op elkaar) en menen dat we verder zijn dan het geval is.